Op een steenworp afstand van de Grotestraat ligt een bijzonder stukje Almelose geschiedenis. De Oude Sociëteit, tegenwoordig onderdeel van het Theaterhotel, was ooit het ontmoetingspunt van invloedrijke inwoners van de stad.
Wat in 1816 begon als een plek voor gesprekken over politiek, economie en cultuur, groeide uit tot een monumentaal gebouw met een concertzaal en een eigenzinnige geschiedenis.
Van café naar eigen sociëteit
De geschiedenis van de Sociëteit ‘Tot Nut en Vermaak’ begint in maart 1816. Almelo telde toen ruim 4.200 inwoners. In de jaren na de Franse overheersing werd gewerkt aan het herstel van bestuur, handel en economie. Ook in Almelo ontstond behoefte aan een plek waar inwoners met invloed en belangstelling voor maatschappelijke ontwikkelingen elkaar konden ontmoeten.
De eerste bijeenkomsten vonden plaats in een café in de buurt van de Grotestraat en de Oranjestraat. Later, tussen 1830 en 1840, kreeg de sociëteit een eigen gebouw aan de Grotestraat, tegenover de Hofstraat. Beneden bevond zich de eigenlijke sociëteit. Boven was een zaal waar voorstellingen, bals en bijeenkomsten van verenigingen werden gehouden.

Financiële zorgen en plannen voor nieuwbouw
Aan het einde van de negentiende eeuw stond de sociëteit er financieel niet goed voor. In 1879 waren de lasten zwaar en dreigde het voortbestaan in gevaar te komen. Burgemeester Dikkers riep de inwoners op de sociëteit niet verloren te laten gaan. Een renteloze lening van leden, die ieder voor bedragen van 50 gulden intekenden, bood uitkomst.
Ook het gebouw zelf leverde problemen op. De ventilatie was onvoldoende en de gasverlichting vormde een steeds groter brandrisico. Toen de zangvereniging Polyphonia weigerde de volledige verantwoordelijkheid voor mogelijke ongelukken bij zaalgebruik op zich te nemen, werd duidelijk dat er iets moest veranderen.
In 1893 ontstonden plannen voor een nieuw sociëteitsgebouw met concertzaal. Leden schreven samen al voor 55.000 gulden in. Er werden panden en stukken grond aan de Grotestraat aangekocht en de bouw werd gegund aan aannemers Scholten en Westenberg.
De jonge Bernardus Vixseboxse werd aangesteld als architect. Hij was pas 17 jaar oud. Zijn benoeming leidde tot onenigheid binnen het bestuur, waarbij enkele bestuursleden opstapten.
Op 4 februari 1895 werd het nieuwe gebouw met concertzaal feestelijk in gebruik genomen.

Een zaal voor artiesten en verenigingen
De sociëteit groeide uit tot een belangrijke ontmoetingsplek voor het culturele leven in Almelo. Niet alleen leden kwamen er samen; ook verenigingen en artiesten maakten gebruik van de zalen.
Bij het veertigjarig bestaan van het gebouw, in 1935, werd tijdens een tafelrede de kwaliteit van de sociëteitszaal geprezen. Artiesten die voor de Polyphonia-concerten optraden, spraken volgens die rede geregeld hun waardering uit voor het gebouw.
De sociëteit vervulde ook een maatschappelijke rol. In oktober 1914 stelde zij haar zalen beschikbaar voor de opvang van Belgische vluchtelingen die door de Eerste Wereldoorlog naar Nederland waren gekomen. Het eeuwfeest in 1916 werd vanwege de oorlogsomstandigheden niet feestelijk gevierd.
Ook het verenigingsleven kende zijn eigen regels. Vanaf 1921 moesten leden die na middernacht nog in de sociëteit verbleven een heffing van één gulden betalen.
Duitse bezetting maakt abrupt einde
Op 11 juni 1941 beval de Duitse bezetter de sociëteit op te heffen en de bezittingen in beslag te nemen. Daarbij ging vrijwel het hele archief verloren. Alleen een notulenboek met verslagen van ledenvergaderingen vanaf 1904 bleef bewaard.
Het gebouw werd in 1942 verkocht aan de Almelose onderneming Stellema. Na het einde van de oorlog kreeg de sociëteit op 1 maart 1947 rechtsherstel. Daarmee kreeg zij ook de gebouwen terug.
Toch zou de vereniging het complex uiteindelijk niet behouden. In 1958 werden de gebouwen en de grond verkocht aan de gemeentelijke Stichting Cultureel Centrum De Hagen. De verkoop moest de bouw van een moderne schouwburg mogelijk maken. De sociëteit bedong daarbij wel het eeuwigdurende gebruiksrecht van haar eigen zaal, tegen een vast tarief.
Rechtszaken over de eigen zaal
Dat gebruiksrecht zou later een belangrijk twistpunt worden. In de jaren tachtig wilde de gemeente Almelo onder de overeenkomst uit. De gemeente voerde hierover tweemaal een rechtszaak, maar kreeg zowel in eerste aanleg als in hoger beroep geen gelijk.
De achtergrond was de financiële situatie van de schouwburg. De gemeente kon de negatieve exploitatie niet langer dragen en zocht naar mogelijkheden om het theater te privatiseren. Het Van der Valk-concern, waarmee werd onderhandeld, wilde ook de sociëteitszaal kunnen gebruiken als dinerzaal. De bestaande rechten van de vereniging vormden daarbij een obstakel.
Uiteindelijk besloot de sociëteit mee te werken aan de plannen. Het culturele en economische belang van Almelo woog voor de vereniging zwaar genoeg om de oude zaal op te geven. In ruil daarvoor kreeg zij een andere ruimte op de vijfde verdieping van het Theaterhotel.
In 1991 nam de sociëteit afscheid van haar vertrouwde zaal en verhuisde zij naar de nieuwe locatie. Tien jaar later werd die zaal grondig gerenoveerd. Ook werd begonnen met het ordenen en beschrijven van de overgebleven historische documenten.

Van ontmoetingsplek naar restaurant
Het monumentale gebouw uit 1895 is inmiddels onderdeel van het Theaterhotel. Waar vroeger Almelose notabelen bijeenkwamen, bevindt zich nu restaurant De Sociëteit. De oorspronkelijke functie van het gebouw is veranderd, maar de naam verwijst nog altijd naar de tijd waarin de vereniging een belangrijke rol speelde in het maatschappelijke en culturele leven van de stad.
Ook de omgeving heeft zich ontwikkeld. De vroegere concertzaal en sociëteitsruimten maakten deel uit van een culturele voorziening die uiteindelijk uitgroeide tot het huidige Theaterhotel, met een moderne theaterzaal.
De architect Bernardus Vixseboxse maakte deel uit van een familie die maar liefst zes architecten voortbracht. Zijn gebouw herinnert aan een periode waarin Almelo zich ontwikkelde en inwoners zelf plekken creëerden voor ontmoeting, cultuur en debat.
De Oude Sociëteit is daarmee meer dan een restaurant. Achter de gevel aan de Grotestraat gaat een geschiedenis schuil van ruim tweehonderd jaar verenigingsleven, cultuur en veranderingen in de stad.

