De voorzieningen worden geplaatst in het kader van het soortenmanagementplan (SMP), waaraan de gemeente werkt. Dat gebeurt door adviesbureau Natuurinclusief in opdracht van de gemeente.

Tijdelijke oplossing
Een ‘soortenmanagementplan’ moet ervoor zorgen dat beschermde dieren, zoals vleermuizen en huismussen, behouden blijven wanneer woningen worden geïsoleerd, gerenoveerd of gesloopt. Tegelijkertijd moeten ruimtelijke ontwikkelingen en verduurzamingsprojecten kunnen doorgaan.

Omdat het opstellen van een SMP meestal ongeveer twee jaar duurt, moeten in de tussentijd al voorzieningen worden getroffen voor dieren die afhankelijk zijn van gebouwen als verblijfplaats.

Daarom worden op verschillende locaties paalkasten geplaatst. Daarnaast worden ook andere maatregelen genomen, zoals het toegankelijk maken van zolders en het aanbrengen van speciale gevelvoorzieningen.

Op meerdere plekken in Almelo
Volgens de gemeente staan de kasten niet op één locatie. Op meerdere plekken in Almelo worden voorzieningen gerealiseerd. Dat gebeurt op verzoek van de provincie Overijssel, die eist dat voor verschillende soorten verblijfsplaatsen beschikbaar komen.

Welke locaties precies worden gebruikt, verschilt per soort en situatie.

Monitoring volgt later
Om straks met het soortenmanagementplan te kunnen werken, moeten de voorzieningen regelmatig worden gecontroleerd. Die monitoring vindt eens per twee à drie jaar plaats.

Welke partij dat onderzoek gaat uitvoeren, is nog niet bekend. Bij de controles wordt gekeken of de geplaatste voorzieningen daadwerkelijk door vleermuizen en andere beschermde soorten worden gebruikt.

Eind vorig jaar werd bekend dat tijdens veldonderzoek in Almelo duizenden huismussen en vleermuizen in kaart zijn gebracht. Die gegevens vormen een belangrijke basis voor het toekomstige soortenmanagementplan.

Almelo1 schreef eind vorig jaar over het veldonderzoek van de gemeente inzake vleermuizen en huismussen.