Tegenwoordig is er het Stedelijk Museum Almelo gevestigd, met een collectie over de stad en wisselende tentoonstellingen.

Wie door het Stedelijk Museum Almelo loopt, ontdekt niet alleen de geschiedenis van de stad, maar ook die van het gebouw zelf. Het Rectorshuis en de voormalige Latijnse school zijn samen een rijksmonument met een geschiedenis die teruggaat tot de zeventiende eeuw.

Van richtershuis naar school
Het pand werd in 1634 gebouwd als woonhuis voor de richter van Almelo. Later kreeg het gebouw een andere bestemming. Eerst was er de Franse school gevestigd, die vanaf 1783 verderging als Latijnse school.

Het pand bleef tot 1826 eigendom van Huize Almelo. In dat jaar kocht de gemeente Almelo het gebouw aan.

Stedelijk Museum Almelo anno 2026© Stedelijk Museum Almelo

Een museum zonder collectie
De geschiedenis van het huidige museum begon op 8 januari 1975. Drie bestuursleden van het Genootschap Stad en Ambt Almelo richtten toen de Stichting Museum voor Heemkunde Almelo op.

Aanleiding was de zorg dat historische voorwerpen die belangrijk waren voor de stad verloren gingen. Veel stukken waren inmiddels verkocht aan particulieren of verdwenen naar andere musea.

Bij de start was er nog geen geld en nauwelijks een collectie. Gerard Vloedbeld, een van de oprichters, schonk jaargangen van het Twentsch Zondagsblad. Mies Muller, dochter van tabakswinkelier Paul Muller, droeg een groot deel van de winkelinventaris van haar overleden vader bij. Ook schonk ze schilderijen van bekende plaatselijke kunstenaars.

Daarmee kreeg de verzameling haar eerste aanzet.

Waaggebouw© Erfgoed Almelo

Van het Waaggebouw naar de Prinsenstraat
De gemeente stelde aanvankelijk de voormalige raadszaal op de bovenverdieping van het Waaggebouw beschikbaar. Vanaf september 1977 werd deze ruimte gebruikt voor tentoonstellingen. Het depot bevond zich op de zolder.

Later bood wethouder Stuivenberg het museum een nieuw onderkomen aan: het nog te restaureren Rectorshuis. Het bestuur twijfelde aanvankelijk vanwege de slechte staat van het zeventiende-eeuwse gebouw. Toen niet zeker was of het museum in het Waaggebouw kon blijven, ging het bestuur alsnog akkoord.

In 1985 werd de collectie ingepakt voor de verhuizing naar de Korte Prinsenstraat. Na de restauratie van het rijksmonument in 1986 kreeg het museum er zijn plek. Op 21 maart 1987 opende mr. A.F.L. graaf van Rechteren Limpurg het museum officieel.

In 2002 werd het museum officieel geregistreerd. Een jaar later veranderde de naam van Museum voor Heemkunde in Stadsmuseum Almelo.

Hofkeshuis© Almelo1, Henk Kooy

Van Stadsmuseum naar Stedelijk Museum
In 2005 werd het naastgelegen Heijdapand aan het museum toegevoegd. In de winter van 2015 en 2016 volgde een nieuwe inrichting. De kamers kregen een andere invulling en er kwam meer ruimte om voorwerpen en kunstwerken tentoon te stellen.

Ook de entree veranderde. Die verhuisde naar het Heijdapand, waar een balie en een ontvangstruimte voor groepen werden ingericht.

Sinds 2021 draagt het museum de naam Stedelijk Museum Almelo.

Vijf thema’s over de stad
De collectie is verdeeld over verschillende themakamers. Bezoekers kunnen er meer ontdekken over water, macht en aanzien, het leven op het land en de ontwikkeling van Almelo als industriestad. Ook is er aandacht voor het dagelijks leven en de activiteiten in de stad.

In het voormalige schoolgedeelte zijn wisselende tentoonstellingen te zien. Zo combineert het museum de vaste collectie met ruimte voor nieuwe onderwerpen.

Het Stedelijk Museum Almelo is gevestigd aan de Prinsenstraat 13. Bezoekers kunnen ook een kijkje nemen in de tuin achter het historische gebouw.

Meer informatie over openingstijden en entree is te vinden op de website van het Stedelijk Museum Almelo

Grotestraat Noord© Almelo1, Henk Kooy

Toekomst ter discussie
De toekomst van het Stedelijk Museum Almelo staat de laatste maanden ter discussie. Het museum zegt dat de plannen voor de verhuizing naar het Hofkeshuis ingrijpend zijn veranderd. Waar eerder werd uitgegaan van een volwaardige museumvestiging in het historische pand, zou nu alleen de eerste verdieping beschikbaar komen.

Volgens het bestuur is die ruimte onvoldoende om het museum goed te laten functioneren. De organisatie vreest dat daarmee niet alleen tentoonstellingen en educatieve activiteiten onder druk komen te staan, maar ook het voortbestaan van het museum.

De gemeente Almelo bestrijdt dat er al een definitief besluit ligt om uitsluitend de eerste verdieping voor het museum te bestemmen. Wel erkent het college dat de financiële situatie aanleiding geeft om de plannen in een ander tempo uit te voeren.

Daarnaast is de beschikbare ruimte volgens het museum aanzienlijk kleiner dan op de huidige locatie aan de Prinsenstraat. Daardoor dreigt er te weinig plek te zijn voor de vaste collectie, tijdelijke tentoonstellingen, het historisch archief en de opslag van objecten.

“Dan kun je het qua bezoekers eigenlijk wel vergeten”, zei Gerrit van Hofwegen, voorzitter van de Stichting Stedelijk Museum Almelo, in juli van dit jaar tegen Almelo1.