Voor veel jongeren verloopt de overstap naar het mbo zonder problemen. Toch is die stap voor een deel van de leerlingen spannend en kwetsbaar. Zij twijfelen over hun studiekeuze, hebben extra ondersteuning nodig of raken tijdelijk uit beeld tussen het verlaten van hun school en de start van een mbo-opleiding. Daarom hebben ROC van Twente, Zone.college, scholen voor vmbo, praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en internationale schakelklassen het zogeheten Verdrag van Twente ondertekend.
Met het Verdrag van Twente spreken de betrokken partijen af dat zij bestaande afspraken en werkwijzen beter op elkaar afstemmen. Daarmee willen zij voorkomen dat de begeleiding van jongeren te veel verschilt per school, opleiding of locatie.
Stap naar mbo
Voor leerlingen moet het daardoor duidelijker worden wat zij kunnen verwachten wanneer zij de stap naar het mbo zetten. Ook moet de kans kleiner worden dat jongeren onderweg afhaken of zonder begeleiding komen te zitten.
Wat heeft een jongere nodig?
De komende periode onderzoeken de scholen en onderwijsinstellingen waar de samenwerking nog beter kan. Daarbij wordt gekeken naar verschillen tussen scholen, teams en situaties waarin begeleiding afhankelijk is van individuele medewerkers.
De centrale vraag daarbij is steeds: wat heeft een jongere nodig om goed te kunnen starten op een passende opleiding?
Belangrijk voor Twente én Almelo
Voor Almelo is dit een belangrijke ontwikkeling. Jaarlijks maken honderden leerlingen uit het voortgezet onderwijs de overstap naar opleidingen van ROC van Twente. Juist voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, kan een goede begeleiding het verschil maken tussen uitval en een succesvolle schoolloopbaan.
De ondertekening van het Verdrag van Twente past binnen de ambitie van de regio om meer jongeren aan een opleiding en uiteindelijk aan werk te helpen. Vakmensen blijven hard nodig in sectoren als techniek, zorg, bouw en dienstverlening.
Startpunt voor verdere samenwerking
Het Verdrag van Twente is bedoeld als startpunt voor een nog nauwere samenwerking tussen scholen, mbo-instellingen, gemeenten en andere regionale partners. Het gezamenlijke doel is duidelijk: jongeren moeten de overstap naar het mbo beter ervaren, zich gezien voelen en met vertrouwen aan hun vervolgopleiding kunnen beginnen.


