Zaterdagavond beleefde Polderjongens zijn officiële première op het Indiëterrein in Almelo. Terwijl het publiek het verhaal ziet van de arbeiders die ruim een eeuw geleden het Almelo-Nordhornkanaal groeven, gebeurt achter de schermen minstens zoveel. Almelo1 sprak na afloop met acteur Jos Brummelhuis, lichtontwerper Wout Panis en productieleider Janneke Olthof.
Polderjongens vertelt het verhaal van ongeveer tweehonderd arbeiders uit onder meer Drenthe, Friesland en Overijssel die werkten aan het 37 kilometer lange kanaal tussen Almelo en Nordhorn.
Met schop en kruiwagen groeven zij zich door zand en klei. Zes dagen per week, voor een dubbeltje per kuub. Het kanaal moest Almelo verder opstoten in de vaart der volkeren en voorspoed brengen.

Komische noot
Almeloër Jos Brummelhuis speelt Hannes, een van de adviseurs van de aannemer die het kanaal laat graven.
“Hannes is een beetje de simpele ziel. Tenminste, degene die het allemaal een beetje spannend vindt en waarbij vaak dingen misgaan. Alles loopt een beetje in de soep”, vertelt Brummelhuis.
Samen met Toon vormt hij volgens hem bijna een komisch duo. “Toon is de vaste factor en ik hang mij een beetje op aan Toon. Dus we zijn een beetje de Jansen en Jansen.”
Juist die rol bevalt hem. “De komische noot, dat het net even anders is dan de anderen. De lach is op de hand die avond, dat is wel leuk om te horen. Het publiek reageert er goed op.”
Toch ziet Brummelhuis achter het op het oog eenvoudige verhaal ook een actuele laag.
“Je ziet hoeveel die arbeiders allemaal gewerkt hebben. Je ziet de linken naar het nu, hoe we nu naar de mensen van buiten kijken. Toen waren de mensen van Drenthe en Groningen de mensen van buiten. Eigenlijk de vreemden die hier naartoe kwamen.”
Volgens hem zet die vergelijking bezoekers aan het denken. “Dat merken mensen wel. Ze halen het wel uit de voorstelling. Dat is wel heel mooi.”
Brummelhuis speelde de afgelopen jaren in vrijwel alle grote Almelose producties sinds Van Katoen en Nu. Alleen Katoen en Water sloeg hij over.

Vechten tegen de zon
Waar Brummelhuis op het podium staat, werkt Wout Panis juist grotendeels buiten het zicht van het publiek. Hij is verantwoordelijk voor het lichtontwerp.
“Het is natuurlijk superbelangrijk. Zeker omdat tegen het eind van de voorstelling de zon al lang onder is. Juist daarom begint het licht een steeds grotere rol te spelen tijdens de voorstelling.”
Maar juist het begin van de avond is volgens hem lastig.
“Dan hebben we nog heel veel daglicht. Met zo’n enorm oppervlak aan speelvloer is het behoorlijk lastig om focus te creëren. Normaal is alles donker in het theater en kun je heel makkelijk met één spotje focus creëren. Maar zodra de zon aanstaat, ben je daar enorm hard tegenaan aan het vechten.”
Het licht moet het publiek helpen om te zien waar een scène zich afspeelt. Daarbij gaat het niet alleen om helderheid.
“Sfeer en dynamiek zijn heel belangrijk. Overgangen: gaan die snel, gaan die langzaam? Is het licht heel warm of heel koud gekleurd? Beweegt het licht tijdens de scène? Dat zijn allemaal dingen waar ik tegelijkertijd op probeer te letten.”
Enorme speelvloer
Het lichtplan ontstond al vroeg in de voorbereiding. Het creatieve team kwam naar de locatie om te bekijken wat het terrein te bieden heeft, maar ook welke problemen opgelost moesten worden.
“Het is een enorm oppervlak, dat is heel gaaf. Maar dat is ook een uitdaging natuurlijk. Je moet toch proberen te zorgen dat ook als een scène zich aan de overkant van het kanaal afspeelt, we dat goed kunnen zien en volgen.”
Ook het decor speelt daarin een rol. Zo werd een wand van ongeveer zes meter hoog en dertig meter breed gebruikt om het beeld te kaderen.
Het lichtontwerp blijft bovendien tijdens de speelperiode veranderen. De zon gaat iedere avond iets eerder onder.
“Tijdens de première gaat de zon nog ongeveer vijf à tien minuten na de start van de voorstelling onder. Maar bij de laatste voorstelling is dat alweer vijf minuten voor de start. Dus daar proberen we rekening mee te houden.”

Water en elektra
Buiten spelen brengt nog een extra uitdaging mee: het weer.
Bij de laatste try-out ging het kort voor aanvang mis. “Ongeveer een kwartier voor de voorstelling was er ergens water in de elektra gekomen en viel de stroom deels uit. Dan moet je alle zeilen bijzetten om te zorgen dat je toch op tijd kunt beginnen.”
Tijdens de première ging vrijwel alles goed. “Er is één lampje waar waarschijnlijk wat water in is gelopen, die heel eventjes uitging. Maar gelukkig herstelde die zich snel.”
Panis vindt het juist mooi dat veel bezoekers nauwelijks beseffen hoeveel werk achter het licht zit.
“De meeste mensen denken er helemaal niet over na dat daar een heel team achter zit dat daar weken of zelfs maanden mee bezig is. Dat vind ik stiekem juist wel leuk. Het leeft op de achtergrond, maar draagt tegelijkertijd heel erg bij aan de sfeer.”

Alles regelen
Nog zo’n functie die voor het publiek grotendeels onzichtbaar blijft, is die van productieleider. Janneke Olthof uit Eibergen vervult die rol samen met Linda van Aken.
“Dat is dus een heel diverse taak. Alles draait eigenlijk om regelen en organiseren”, vertelt ze.
Dat begon al tijdens de repetities. “We hebben gezorgd dat het hele repetitieproces kon gaan lopen, dat er een ruimte was, dat de acteurs hier onderdak hebben, dat ze op tijd eten kregen. We maken planningen.”
Tijdens de voorstelling zit Janneke aan de voorstellingskant, terwijl Van Aken zich met de publiekskant bezighoudt.
“Dan zorg ik dat iedereen op tijd bij de soundcheck is, dat de voorstelling wordt gesteld, dat iedereen op tijd op de boot zit. Helpen met verkledingen, met rekwisieten, met alles wat we tegenkomen waar paniek op zit.”

Altijd improviseren
Juist dat onvoorspelbare maakt het werk voor Janneke Olthof aantrekkelijk.
“Geen één dag is hetzelfde. Ik ben een beetje allergisch voor vaste structuren en daar heb ik hier niets mee van doen. Het is echt altijd anders. Je hebt altijd weer een nieuwe uitdaging.”
Die uitdagingen zijn soms klein, bijvoorbeeld een snelle verkleding waarbij iemand net de verkeerde das heeft. Maar soms gebeurt er iets waar niemand vooraf rekening mee heeft gehouden.
“We hadden vandaag iemand die net de knie heeft verstuikt. Laatst had de boot die aan kwam varen last van de wind. Die kwam een beetje ongelukkig aan, waardoor de spelers niet af konden stappen op het punt waar ze dat normaal doen. Dus dat is dan ook weer even improviseren.”
Ze kent de voorstelling daardoor inmiddels tot in detail. “Ik weet wel echt van de hoed en de rand. Wie wat waar. Je kunt haast wel zeggen dat je in het script woont.”
Tot 13 september
Voor Janneke Olthof is Polderjongens naar eigen zeggen ongeveer haar zesde theaterproductie als productieleider. Na afloop wacht alweer een volgende klus, maar eerst draait alles nog om Almelo.
Polderjongens is tot en met zondag 13 september te zien op het Indiëterrein. De voorstelling vertelt het verhaal van de arbeiders die ruim een eeuw geleden het Almelo-Nordhornkanaal aanlegden.


