Frans Haagen is stadsbeiaardier van Almelo en bespeelt het carillon in de toren van de Sint – Georgiusbasiliek. Hij heeft een lange muzikale loopbaan achter de rug, waarin het orgel aanvankelijk zijn belangrijkste instrument was. Inmiddels staat het carillon al tientallen jaren centraal in zijn werk. (Hij is ook stadsbeiaardier van Kampen, Zutphen en Doesburg)
Hij vertelt over zijn liefde voor muziek, de bijzondere plek van het carillon in de stad en de geschiedenis van het Almelose instrument. Op woensdag 11 november (in de Schouw om 20.00 uur) geeft hij samen met de Historische Kring Stad en Ambt een lezing over het carillon.
1) Wanneer is uw liefde voor muziek en in het bijzonder voor het carillon ontstaan?
“Ik was als kind al gefascineerd door de muziekvereniging. Vanaf mijn zevende speelde ik trompet, piston en bugel. Iedereen dacht dat ik trompet zou gaan studeren aan het conservatorium. Maar toen hoorde ik bij toeval een orgel en was ik meteen verkocht. Ik wilde orgelles en ging op mijn veertiende naar de vooropleiding van het conservatorium in Zwolle.
Via een buurjongen maakte ik ook kennis met het carillon. Hij had orgelles van een beiaardier in Deventer en nam me een keer mee de toren in. Dat was zo’n bijzondere ervaring dat het me altijd is bijgebleven.
Jaren later hoorde ik tijdens een bezoek aan Haarlem opnieuw een carillon, prachtig bespeeld. Dat wakkerde mijn belangstelling weer aan. Ik belde de beiaardschool, had een gesprek en een proefles en een week later volgde mijn eerste les. Langzaam verschoof mijn aandacht van het orgel naar het carillon. Inmiddels houd ik me al ruim drie decennia vooral met beiaardmuziek bezig. De laatste vijfentwintig jaar doe ik dat fulltime.”

2) Wat maakt het bespelen van een carillon zo bijzonder?
“Met de klanken bereik je iedereen die in de omgeving van de toren woont, werkt of loopt. Je brengt sfeer en geeft kleur aan de stad. Je kunt het carillon wel de ziel van de stad noemen.
Dat klinkt misschien als een groot woord, maar je kunt met muziek echt invloed hebben op de leefomgeving. Als je op een ongebruikelijke manier speelt of muziek kiest die niet bij het moment past, kan dat ook gaan irriteren. Je moet dus goed nadenken over wat je speelt en wanneer je dat doet.”
3) U bent stadsbeiaardier van Almelo. Wat betekent die functie voor u?
“Ik vind het belangrijk om zo goed mogelijk te spelen en muziek op niveau te brengen. Het mooie aan het vak is de enorme breedte van het repertoire. Je kunt barokmuziek spelen, licht klassieke muziek, populaire klassiekers en de nieuwste hits, maar ook schlagers.
Almelo is een stad met een heel diverse samenleving. Dat maakt het mogelijk om veel verschillende soorten muziek te spelen.
De afgelopen jaren hebben de Almelose beiaardiersfunctie en de toekomst daarvan veel aandacht gekregen, van mijzelf en van de carillonstichting. We hebben ons ingezet om de functie officieel vast te leggen. Dat is gelukt: per 1 januari van dit jaar kreeg de functie een officiële status en ben ik als stadsbeiaardier in dienst van de gemeente.”

4) Wat vindt u het mooiste aan uw vak?
“De veelzijdigheid van het repertoire en de enorme dynamiek van een carillon. Je kunt heel zacht spelen, bijna fluisterend, maar ook stevig en krachtig. Daartussen zitten allerlei nuances. Juist die combinatie maakt het instrument zo bijzonder.”
5) Het bespelen van een carillon is voor veel mensen iets geheimzinnigs. Kunt u dat begrijpen?
“Ja, want als beiaardier ben je niet zichtbaar. Je zit ergens hoog in de toren en mensen horen de muziek, maar hebben vaak geen idee hoe die wordt gemaakt of hoe het klavier eruitziet.
Tijdens open torendagen, bijvoorbeeld op Open Monumentendag, kunnen mensen dat zelf ontdekken. Die dagen worden goed bezocht. Je hoort dan vaak dat mensen verbaasd zijn over hoe het werkt. Daarna lopen ze anders door de stad, omdat ze beter begrijpen wat er boven in de toren gebeurt.”

6) Welke muziek speelt u het liefst op het carillon?
“Misschien is het een saai antwoord, maar juist de veelzijdigheid van het repertoire vind ik zo leuk. Je past je natuurlijk aan het instrument aan. Een carillon in een bepaalde stemming is bijvoorbeeld heel geschikt voor oude muziek, terwijl andere muziek daarop minder goed klinkt.
Ook de grootte, het aantal klokken en de klank van een instrument spelen mee. Een hoger klinkend carillon vraagt soms om een andere repertoirekeuze. Maar als ik mag kiezen, ga ik vooral voor variatie en de afwisseling van muziekstijlen.”
7) U speelt hoog in de toren, terwijl mensen beneden doorgaan met hun dagelijkse bezigheden. Mist u het applaus niet?
“Mensen zeggen weleens dat het me niet lijkt mee te vallen dat je nooit applaus krijgt. Maar ik vind dat helemaal niet erg. Ik speel juist graag alleen boven in de toren. Het voelt ook niet als werk. Ik ga een uur muziek maken en hoop dat mensen ervan genieten en er iets van meekrijgen.
Er komen regelmatig reacties, via e-mail of een briefje. Soms staat er iemand te wachten of komt iemand vooraf met een verzoek voor bepaalde muziek, bijvoorbeeld vanwege een bijzondere gebeurtenis. Dan merk je dat de muziek mensen raakt.”
8) Wat vertelt het carillon over de geschiedenis en identiteit van Almelo?
“Het Almelose carillon heeft een geschiedenis van ongeveer honderd jaar. Het werd destijds door de familie Ten Bos (Nederlandse wollenstoffenfabriek die van 1860 tot 1957 heeft bestaan te Almelo, red) aan de kerk geschonken. Daarmee kreeg Twente zijn eerste carillon.
Daarna volgden andere steden. Ook in Oldenzaal, Enschede en Hengelo kwamen carillons. Uiteindelijk kreeg ook de Universiteit Twente een eigen instrument. Het carillon in Almelo heeft dus een belangrijke rol gespeeld bij de verspreiding van deze muziektraditie in Twente.”

9) Op 11 november geeft u samen met de Historische Kring Stad en Ambt een lezing over het carillon. Wat kunnen bezoekers verwachten?
“Het wordt een uitgebreide lezing in twee delen, met een pauze ertussen. Ik begin met het algemene verhaal: hoe de klok zich heeft ontwikkeld, welke functies klokken door de eeuwen heen hadden en hoe daaruit het carillon is ontstaan.
Ook vertel ik over de melodieën die ieder kwartier automatisch klinken, over het gieten van klokken en over de techniek achter het instrument. Daarbij laat ik verschillende filmpjes zien.
Na de pauze staat het Almelose carillon centraal. We kijken naar het eerste instrument, dat uit Engelse klokken bestond, naar de komst van het huidige carillon en naar de periode waarin het in verval raakte. Ook de restauratie in de jaren tachtig komt aan bod. Verder laat ik zien hoe de speeltrommel werkt en hoe het bespelen van het carillon in zijn werk gaat.
Ik hoop vooral dat mensen daarna bewuster naar het carillon luisteren. Nederland telt bijna tweehonderd carillons. Ze horen bij onze steden en dorpen en bepalen mede de sfeer. Juist omdat ze zo vanzelfsprekend aanwezig zijn, realiseren mensen zich soms niet hoe bijzonder dit instrument eigenlijk is.”
10) Waar zouden mensen voortaan op moeten letten als ze een carillon horen?
“Let eens op de dynamiek en het repertoire. Luister of de muziek ademt en of er verschillen zijn tussen zacht en hard. Daaraan kun je vaak horen of een beiaardier live speelt.
De melodieën die ieder kwartier klinken, worden automatisch gespeeld. Die klinken steeds op hetzelfde volume en hebben geen muzikale nuances. Een beiaardier kan juist met de sterkte en de manier van spelen veel variatie aanbrengen.”
Bonusvraag: zijn er momenten waarop u zelf ontroerd raakt door muziek?
“Zeker. Dat gebeurt bij muziek van anderen, bijvoorbeeld bij orkesten en koren, maar ook bij het carillon. Soms ontstaat er tijdens het spelen een bijzondere energie.
Ik heb ook weleens een soort in-memoriamconcert gespeeld voor iemand die was overleden. Dan speel je bijvoorbeeld aria’s van Bach en populaire klassieke melodieën die die persoon graag hoorde. Dat geeft de muziek een andere lading dan tijdens een gewone wekelijkse marktbespeling. Dat voel je.”

