Sneeuw, smeltwater en strooizout hebben flinke invloed op het werk op de rioolwaterzuiveringen. Wegen moeten begaanbaar blijven en dat betekent veel strooizout, maar ook dat de terreinen van de zuiveringsinstallaties veilig toegankelijk moeten zijn voor medewerkers en vrachtwagens. Dat meldt waterschap Vechtstromen op haar website.
Zuiveringsterreinen sneeuwvrij houden
Bij voorspelde winterse dagen worden externe partijen en collega’s van Watersysteem ingezet om preventief te strooien. Bij flinke sneeuwval komen tractoren met sneeuwschuivers in actie. Dat is nodig, want dagelijks rijden vrachtwagens met slib het terrein op en af. Ook medewerkers moeten zonder glijpartijen hun werk kunnen doen.

Effect van dooiwater op het zuiveringsproces
Wanneer de dooi inzet, stroomt smeltwater via het riool de zuiveringen binnen. Het hogere zoutgehalte levert geen problemen op, maar de plotselinge aanvoer van ijskoud water wel. De temperatuur in de beluchtingstanks daalt snel, waardoor het slib trager werkt en vuil minder makkelijk wordt afgebroken. Soms ontstaat er een drijflaag, maar de waterkwaliteit die de zuivering verlaat blijft op peil.
Zoutpieken in beken en sloten
Strooizout dat van wegen afspoelt komt terecht in bermen, sloten en beken. Dat kan tijdelijk zorgen voor hogere chloridewaarden, vooral tijdens dooiperiodes. Omdat het strooien lokaal en tijdelijk is, blijven ook de zoutpieken beperkt in tijd en plaats.
Beperkte impact op waterleven
Veel zoetwatersoorten zijn gevoelig voor chloride, maar in de winter staat het waterleven grotendeels in rust. Algen en waterplanten zijn minder actief en hebben daardoor weinig last van tijdelijke zoutpieken. Regen en natuurlijke afvoer verdunnen de concentraties bovendien snel. Het ecosysteem herstelt doorgaans vlot zodra de chloridewaarden weer dalen.

