Waar gemeente en museum de afgelopen jaren gezamenlijk toewerkten naar een nieuwe huisvesting in het Hofkeshuis, ziet het museum de plannen nu ingrijpend veranderen. Volgens het bestuur werd tijdens het hele traject uitgegaan van een volwaardige vestiging in het historische pand. Nu blijkt alleen de eerste verdieping beschikbaar te komen, omdat de oorspronkelijke plannen volgens de gemeente financieel niet haalbaar zouden zijn.

Voor het museum komt die koerswijziging hard aan. In een persbericht schrijft het bestuur dat het besluit volledig haaks staat op de gezamenlijke ambities die de afgelopen jaren zijn uitgesproken. Het museum zegt zijn beleid, investeringen en toekomstvisie juist op die afspraken te hebben gebaseerd. Volgens het bestuur is het vertrouwen dat gemaakte afspraken zouden worden nagekomen daardoor ernstig geschaad.

“We werden opnieuw overvallen”
Voorzitter Gerrit van Hofwegen vertelt aan Almelo1 dat de wijziging niet vooraf met het museum is besproken. Volgens hem staat in de samenwerkingsovereenkomst juist dat overleg moet plaatsvinden voordat de gemeente een dergelijk besluit neemt.

“Wij hebben een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Die bepaalt dat voordat de gemeente zo’n besluit neemt, wij worden gehoord. Dat overleg heeft in dit geval niet plaatsgevonden.”

Van Hofwegen zegt dat het museum inmiddels wel een brief van de gemeente heeft ontvangen. Daarin staat dat het museum tot eind volgend jaar aan de Prinsenstraat kan blijven en dat de gemeente de benodigde middelen daarvoor beschikbaar stelt. Daarna zou een verhuizing naar de bovenverdieping van het Hofkeshuis volgen. Over hoe dat in de praktijk moet werken, bestaat volgens hem nog veel onduidelijkheid.

De gemeente schetst een ander beeld. Volgens het college zijn de financiële situatie en het aangepaste tempo richting het Hofkeshuis meerdere keren met het museum besproken. Over de manier waarop het proces is verlopen verschillen beide partijen daarmee van mening.

Alleen de eerste verdieping
Volgens het museum is een vestiging op uitsluitend de eerste verdieping geen realistische optie.

Van Hofwegen wijst erop dat bezoekers eerst door een andere functie op de begane grond moeten voordat zij het museum kunnen bereiken. Daarnaast ontbreken volgens hem nog essentiële voorzieningen, zoals een volwaardige trap en een lift voor bezoekers met een beperking.

“Je zit niet aan de voorkant. Je hebt geen open relatie met de buitenwereld. Je komt eigenlijk op de tweede rang te zitten.”

Volgens hem heeft dat grote gevolgen voor het aantal bezoekers en de uitstraling van het museum.

“Dan kun je het qua bezoekers eigenlijk wel vergeten.”

Ook praktische problemen stapelen zich volgens hem op. De beschikbare ruimte is aanzienlijk kleiner dan de huidige locatie aan de Prinsenstraat. Daardoor ontstaat volgens het museum onvoldoende ruimte voor de vaste collectie, tijdelijke tentoonstellingen, het historisch archief en opslag van objecten.

Meer dan alleen tentoonstellingen
Volgens Van Hofwegen draait het Stedelijk Museum allang niet meer alleen om vitrines en historische voorwerpen.

Het museum organiseert educatieve activiteiten, werkt aan culturele leerlijnen voor scholen en probeert met aansprekende exposities nieuwe bezoekers naar Almelo te trekken. Juist die onderdelen zouden volgens hem onder druk komen te staan wanneer alleen de bovenverdieping beschikbaar komt.

“Het Verhaal van Almelo, de exposities met een wauw-effect en onze culturele activiteiten; dat lukt allemaal niet meer.”

Daarmee verdwijnt volgens het bestuur ook een belangrijk deel van de aantrekkingskracht die het museum voor inwoners én bezoekers moet hebben.

Ambitie voor de stad
Volgens het museum was de gezamenlijke ambitie veel groter dan alleen een verhuizing.

Rond het Hofkeshuis, het Wevershuis en de Grote Kerk moest een cultuurhistorisch gebied ontstaan dat zowel inwoners als toeristen naar de binnenstad zou trekken.

“Een stad die wil doorgroeien naar 100.000 inwoners heeft zo’n cultureel element nodig.”

Volgens Van Hofwegen dreigt die ambitie nu grotendeels te verdwijnen.

“Dat kun je op deze manier vergeten.”

Financiële achtergrond
De discussie over de toekomst van het museum speelt al langer. Enkele jaren geleden werd de subsidie voor het museum fors verlaagd. Volgens Van Hofwegen kon dat destijds omdat werd uitgegaan van een verhuizing naar het Hofkeshuis en een nieuwe exploitatiesubsidie.

Toen die verhuizing uitbleef, moest het museum de tussenliggende periode opvangen met eigen reserves. Die zijn inmiddels uitgeput.

Eerder dit jaar dreigde het museum zelfs tijdelijk te sluiten. Uiteindelijk stelde de gemeente extra subsidie beschikbaar en werd onderzoeksbureau Berenschot gevraagd om de toekomst van het museum in kaart te brengen.

Volgens Van Hofwegen concludeerde Berenschot dat voor een volwaardig stedelijk museum een structureel hogere exploitatiesubsidie noodzakelijk is.

De gemeente bevestigt dat het Berenschot-rapport laat zien dat de exploitatie van het museum structureel kwetsbaar is en dat de huidige financiële middelen onvoldoende zijn voor de eerder beoogde brede museale invulling van het Hofkeshuis. Daarom kiest het college nu voor een gefaseerde aanpak. Voor 2026 is maximaal 100.000 euro extra subsidie beschikbaar gesteld om het museum draaiende te houden en verder te werken aan de toekomst.

Vertrouwen is laag
De voorzitter zegt dat hij nog altijd hoopt op een oplossing, maar geeft tegelijkertijd aan dat zijn vertrouwen in een terugkeer naar de oorspronkelijke plannen gering is.

“De gemeente heeft aangegeven dat een volwaardige museale invulling van het Hofkeshuis deze collegeperiode niet gerealiseerd wordt.”

Op de vraag of hij nog vertrouwen heeft in de eerdere ambitie antwoordt hij kort:

“Dat vertrouwen is heel laag.”

Volgens Van Hofwegen heeft het museum vooral behoefte aan duidelijkheid. Niet alleen voor de organisatie zelf, maar ook voor vrijwilligers, sponsoren en fondsen die de afgelopen jaren in het museum hebben geïnvesteerd.

Gemeente: ambities blijven overeind
De gemeente Almelo laat aan Almelo1 weten dat zij en het Stedelijk Museum nog altijd dezelfde ambitie delen: een sterke erfgoedvoorziening voor Almelo.

Volgens het college is, in tegenstelling tot wat het museum stelt, geen besluit genomen dat alleen de eerste verdieping beschikbaar is voor het Stedelijk Museum. Wel wordt onderzocht of een combinatie met andere functies mogelijk is voor de toekomstige exploitatie.

“Het Stedelijk Museum en de gemeente hebben dezelfde ambities. Echter door de financiële situatie is het gewenste tempo om tot die ambities te komen nu niet realistisch. De ambities blijven staan, het tijdspad zal aangepast moeten worden.”

De gemeente zegt begrip te hebben voor de teleurstelling bij het museum en benadrukt dat beide partijen met elkaar in gesprek blijven om te kijken hoe de gezamenlijke ambities alsnog kunnen worden gerealiseerd.

Oproep aan inwoners
Ondanks alle onzekerheid wil het museum blijven vechten voor zijn toekomst.

Van Hofwegen roept inwoners van Almelo op om hun steun uit te spreken.

“Steun ons museum. Reageer, laat van je horen, zodat wij de steun van de inwoners hebben om hiermee door te gaan.”

Volgens het bestuur staat er meer op het spel dan alleen een verhuizing. In het persbericht spreekt het museum zelfs van “feitelijk het einde van het Stedelijk Museum Almelo” wanneer de huidige plannen worden doorgezet. De gemeente benadrukt daarentegen dat zij de ambitie voor een volwaardige erfgoedvoorziening niet heeft losgelaten, maar deze gefaseerd wil realiseren.