Waterschap Vechtstromen weet in de praktijk goed samen te werken met gemeenten, provincies en andere partijen, maar mist een totaaloverzicht van al die samenwerkingen. Daardoor heeft het Algemeen Bestuur niet altijd voldoende informatie om te beoordelen wat ze opleveren en waar prioriteiten moeten liggen.
Samenwerken is voor het waterschap inmiddels dagelijkse kost. Klimaatadaptatie, waterkwaliteit en de inrichting van de leefomgeving stoppen immers niet bij de grens van een gemeente of het werkgebied van Vechtstromen.
Bestuurders en medewerkers weten volgens de Rekenkamer doorgaans goed welke rol zij in zo’n samenwerking moeten innemen. Ze kennen het krachtenveld en passen hun inzet aan de situatie aan.
Maar juist doordat veel kennis bij afzonderlijke medewerkers en afdelingen zit, ontbreekt het overzicht.
Versnipperde informatie
De Rekenkamer constateert dat er geen organisatiebreed beeld is van de belangrijkste samenwerkingen, de gekozen rollen en de verhouding tussen inzet en resultaat.
Vooral bij projecten en gebiedsgerichte samenwerkingen zijn afspraken volgens het onderzoek regelmatig afhankelijk van persoonlijke contacten en ervaring.
Dat werkt in de praktijk vaak goed, maar maakt de organisatie ook kwetsbaar. Als kennis vooral bij individuele medewerkers zit, is het lastiger om die informatie organisatiebreed te gebruiken.
Ook het Algemeen Bestuur krijgt daardoor niet altijd op een vaste en samenhangende manier informatie waarmee het zijn controlerende rol kan uitvoeren.

Niet méér samenwerken
De volgende stap voor Vechtstromen is volgens de Rekenkamer dan ook niet méér samenwerken.
Het waterschap zou juist bewuster moeten kiezen waar het tijd, mensen en bestuurlijke aandacht aan besteedt.
Daarvoor adviseert de Rekenkamer een overzicht te maken van de belangrijkste samenwerkingen. Per samenwerking moet onder meer duidelijk worden wat het doel is, welke rol Vechtstromen heeft, hoeveel inzet nodig is en welke risico’s en afhankelijkheden er zijn.
Regelmatig terugkijken
Daarnaast zou het Algemeen Bestuur periodiek naar het volledige pakket aan samenwerkingen moeten kijken.
Nu wordt vooral per afzonderlijke samenwerking geëvalueerd. Volgens de Rekenkamer ontbreekt nog een vast moment waarop wordt bekeken welke samenwerkingen moeten doorgaan, intensiever moeten worden, anders ingericht kunnen worden of juist afgebouwd kunnen worden.
Ook wil de Rekenkamer dat duidelijker wordt vastgelegd welke informatie het Algemeen Bestuur nodig heeft en wanneer die informatie moet worden aangeleverd.

Vijf aanbevelingen
In totaal doet de Rekenkamer vijf aanbevelingen. Naast een organisatiebreed overzicht en periodieke evaluatie gaat het om duidelijkere rolkeuzes, betere informatievoorziening aan het Algemeen Bestuur en het koppelen van beschikbare capaciteit aan bestuurlijke prioriteiten.
Daarmee moet worden voorkomen dat de inzet van medewerkers vooral historisch of per situatie ontstaat.
Nog vervolgonderzoek
Het onderzoek is een eerste stap.
In een volgende fase worden afzonderlijke samenwerkingen verder onderzocht. Daarbij wordt ook gekeken naar de ervaringen van organisaties waarmee Vechtstromen samenwerkt.
Die verdiepende casestudies moeten in 2027 worden opgeleverd.

