GroenLinks/PvdA Kamerlid Marjolein Moorman in Almelo: ‘Den Haag is niet de Champions League’

op 28 January 2026 om 16:31 4 minuten leestijd

Marjolein Moorman, Tweede Kamerlid voor GroenLinks-PvdA en voormalig wethouder in Amsterdam, sprak maandagavond 26 januari in Almelo de Herman Höften-lezing uit en gaf daarbij een brede waarschuwing af aan de landelijke politiek.

Lokale politiek
In een bomvolle bibliotheek noemde zij het een hardnekkig misverstand dat Den Haag de “Champions League” van de politiek zou zijn. “Juist Den Haag heeft veel te leren van de lokale politiek,” stelde Moorman, die 15 jaar ervaring meebrengt uit de Amsterdamse gemeenteraad en het wethouderschap.

De lezing kwam op een moment dat progressief Nederland naar binnen kijkt. Moorman verwees expliciet naar de geplande fusie tussen PvdA en GroenLinks, die volgens haar “historisch” is en nodig om “ongegeneerd rood en groen tegelijkertijd” te kunnen zijn.

Rood én groen: “progressieve politiek hoort niet te kiezen”
Moorman zette de toon door sociale en duurzame politiek nadrukkelijk aan elkaar te knopen. Ze gebruikte een voorbeeld uit Den Haag-Moerwijk, waar portiekwoningen werden geïsoleerd. Dat leverde volgens haar niet alleen meer wooncomfort op, maar ook een lagere energierekening. Het type maatregel waar “mensen echt wat aan hebben”, zei ze: concreet, zichtbaar en dichtbij.

Die combinatie – een sociale agenda én een groene koers – noemde ze de kern van een hoopvolle progressieve politiek. En precies daarom, zo betoogde ze, is samenwerking onvermijdelijk. “Rood en groen horen bij elkaar.”

“Ongelijk investeren” als antwoord op kansenongelijkheid
Het zwaartepunt van haar verhaal lag bij kansengelijkheid. Moorman vertelde hoe haar eigen motivatie groeide door ongelijkheid die ze om zich heen zag en door wat ze in de praktijk tegenkwam in het onderwijs en het sociaal domein. Het idee dat iedereen in Nederland dezelfde kansen krijgt “als je maar hard genoeg werkt”, noemde ze een hardnekkige illusie die kloven vergroot en polarisatie voedt.

Als antwoord zette zij haar Amsterdamse aanpak centraal: ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dat betekent: juist meer doen in wijken en bij groepen waar problemen zich opstapelen, omdat dat uiteindelijk niet alleen eerlijker is, maar ook goedkoper en stabieler voor de samenleving.

Familiescholen, brede brugklassen en lerarentekort
Moorman noemde meerdere instrumenten waarmee Amsterdam volgens haar resultaten boekte. Een van de belangrijkste: familiescholen, waar school niet alleen plek is voor les, maar ook een “knooppunt” voor hulp aan ouders. Door schuldenhulp, taalondersteuning en begeleiding naar werk dichter bij gezinnen te organiseren, ontstaat er rust thuis – en krijgen kinderen meer ruimte om te leren.

Ze ging ook in op de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs. Volgens Moorman is het systeem niet alleen vroeg, maar ook extreem fijnmazig, waardoor kansenongelijkheid en stress toenemen. Met extra financiering stimuleerde Amsterdam brede brugklassen, zodat kinderen langer de tijd krijgen om zich te ontwikkelen.

Bij het lerarentekort benadrukte ze dat Amsterdam eerst de tekorten in kaart bracht, hoe pijnlijk dat beeld ook was. Daarna koos de stad ervoor om extra steun juist te richten op wijken waar de tekorten het grootst waren. Moorman stelde dat het tekort de afgelopen jaren is teruggelopen en dat vooral de wijken met de grootste problemen daarvan profiteerden.

Schulden zijn geen individueel probleem
Een tweede grote lijn in de lezing was schulden. Moorman schetste schulden als een maatschappelijk probleem dat leidt tot gezondheidsklachten, stress, baanverlies en instabiliteit in gezinnen. Ze vertelde over intensieve vroegsignalering en over de “pauzeknop”: een tijdelijke stop op boetes en aanmaningen om rust te creëren en schulden praktisch oplosbaar te maken. Volgens Moorman is juist die combinatie van menselijkheid en effectiviteit wat lokaal bestuur kan laten zien.

Vijf H’s: hoop als opdracht
Moorman sloot af met wat zij een praktisch “handboek” noemde in vijf H’s: houd hoop, houd moed, houd contact, houd je hoofd omhoog en houd vol. Hoop, benadrukte ze, is niet passief. Het is geloven dat verandering mogelijk is en je daar ook naar gedragen – juist in tijden van polarisatie en onzekerheid.

“Dit kun je morgen al doen”
In een kort interview na afloop vertaalde Moorman haar boodschap direct naar een stad als Almelo. “Het helpt enorm om je vooral te bekommeren om de mensen die niet makkelijk meekomen,” zei ze. En op de vraag wat Almelo meteen kan overnemen, wees ze opnieuw naar familiescholen. “Je zorgt dat het allemaal gewoon bij elkaar komt. En je betaalt mensen die die verbinding ook maken. Dat kan je eigenlijk vanaf morgen starten.”

Met die oproep plaatste Moorman de lokale praktijk – precies waar Herman Höften in Almelo symbool voor staat – opnieuw in het centrum van de politieke discussie. Niet als bijzaak van Den Haag, maar als routekaart voor wat volgens haar dringend nodig is: beleid dat zichtbaar werkt, en vertrouwen herstelt door het gewoon te dóen.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie?
Tip onze redactie via info@almelo1.nl.