Ze wilde van haar fotocollages kunnen leven, droomde van meer ruimte voor jonge kunstenaars in Almelo en sprak openlijk over de obstakels die ze als vrouw met een beperking tegenkwam. Maar in een uitzending van De Blauwe Barometer uit 2023 vertelde Floortje van Loon ook over haar moeder, haar eerste kennismaking met kunst en zelfs het eerste singeltje dat ze als kind kreeg. Het levert een persoonlijk beeld op van de Almelose kunstenares, drie jaar voordat ze op 54-jarige leeftijd overleed.
“Ik vind het heel lastig om te zeggen wie ik ben.”
Het is een van de eerste antwoorden die Floortje van Loon geeft wanneer ze op 1 juni 2023 aanschuift in De Blauwe Barometer. Het toenmalige radioprogramma van AAFM werd gepresenteerd door Henk Kooy en bestaat tegenwoordig als podcast bij Almelo1.
Naast haar zit kunstenaar Dennis Zanoni, destijds haar partner. Samen zijn ze op dat moment volop bezig met Pop-Up Awareness, een tijdelijke expositieruimte in de Grotestraat in Almelo.
In bijna een uur radio gaat het over hun kunst, Almelo, toegankelijkheid, dromen en frustraties. Maar tussen die onderwerpen door vertelt Van Loon ook veel over zichzelf.
Juist die passages geven, ruim drie jaar later, een inkijkje in wat haar bezighield.
Poppetjes van haar moeder
Haar eerste kennismaking met kunst lag volgens Van Loon waarschijnlijk in haar jeugd.
Ze zat op speciaal onderwijs voor kinderen met een lichamelijke beperking. Daar kreeg ze tekenles en verschillende vormen van handarbeid.
Maar minstens zo belangrijk was haar moeder.
“Zij tekende altijd poppetjes op je bibliotheekboeken”, vertelde Van Loon. “Dat mocht helemaal niet natuurlijk.”
Als kind vond ze dat bijzonder. Haar moeder kocht bovendien af en toe kunst.
“Eigenlijk ben ik zo in aanraking gekomen.”
Het was niet meteen het begin van een carrière als kunstenaar. Pas veel later zou Van Loon zich intensiever gaan bezighouden met het maken van eigen werk. Ze leerde zichzelf werken met digitale fotocollages en beschouwde zichzelf nadrukkelijk als autodidact.
Een officiële kunstopleiding vond ze dan ook zeker geen voorwaarde.
“Daar ben ik het helemaal niet mee eens”, reageerde ze toen haar de stelling werd voorgelegd dat een gedegen opleiding een voordeel is voor een kunstenaar.
Volgens Van Loon draaide kunst juist om creativiteit, intuïtie en durven experimenteren.
“Een opleiding zegt lang niet alles. Zelf ben ik ook autodidact. Dus ik heb het mezelf aangeleerd.”
Steeds iets verder
Dat zelf leren hield voor haar nooit op.
“Ik leer steeds meer. Ik leer steeds bij”, vertelde ze. “Wat vorig jaar niet lukte, kan ik dus nu wel. En in de toekomst hoop ik daarin veel verder te gaan.”
Haar fotocollages bestonden uit verschillende foto’s, lagen en dieptes. Ze liet haar werk op uiteenlopende materialen afdrukken en experimenteerde voortdurend met wat een afbeelding op zo’n ondergrond deed.
Kleur was daarbij belangrijk.
Toen Henk Kooy vroeg hoe ze haar eigen handelsmerk zou omschrijven, noemde Van Loon onder meer rijk en arm, natuur en de neergang van de natuur.
“En kleur. Ik ben een heel kleurrijk persoon.”
Dat leverde in haar samenwerking met Zanoni een duidelijk contrast op. Zijn werk bestond veelal uit zwart-witte tekeningen. Van Loon gebruikte die soms als basis voor nieuwe fotocollages.
“Ik maak vaak van zijn oude tekeningen weer een fotocollage”, vertelde ze. “Ik vul zijn zwart-witte tekening weer in met kleuren, patronen of foto’s.”
Pop-Up Awareness
Van Loon en Zanoni hadden op dat moment samen Pop-Up Awareness opgezet in de Grotestraat.
De voorbereidingen waren maanden eerder begonnen. Er moest subsidie worden geregeld, een pand worden gevonden en materiaal worden betaald.
Via contacten kwamen ze uiteindelijk terecht bij eigenaresse Bettina Elsink. Nadat Van Loon en Zanoni vertelden wat ze met de ruimte wilden doen, konden ze het pand volgens Van Loon voor weinig geld gebruiken.
Hun plan draaide niet alleen om het tonen van eigen werk.
Ze wilden er ook activiteiten organiseren voor kinderen met een beperking en andere kunstenaars een plek geven.
Een van hen was Job Exel. Volgens Van Loon vond hij het moeilijk om zijn kunst te laten zien en kon hij slecht tegen veel prikkels.
“Ze zeiden tegen ons: Job wil niet. Het is voor hem te lastig en te veel prikkels”, vertelde ze.
Toch stemde hij volgens haar vrijwel meteen toe toen hij werd gevraagd om bij Pop-Up Awareness te exposeren.
“Hij zei wonderbaarlijk gelijk ja.”
Van Loon dacht dat de laagdrempelige manier waarop zij en Zanoni werkten daarbij hielp. “Omdat ik zelf ook een handicap heb, is dat voor hem misschien een stuk makkelijker.”
Niet iedereen wordt gezien
Het onderwerp raakte aan iets waar Van Loon uitgesproken over was: kunstenaars die nauwelijks worden gezien.
Volgens haar waren er genoeg mensen die hard werkten en bijzonder werk maakten, maar nooit de aandacht kregen die bekende kunstenaars wel kregen.
“Er zijn heel veel kunstenaars die werken en werken en mooie dingen maken, maar die gewoon niet getoond worden, bijvoorbeeld in een museum.”
Ook jonge kunstenaars waren volgens haar lang niet altijd zichtbaar.
“Je hebt heel veel jonge kunstenaars tegenwoordig waar je nooit wat over hoort. Die werken helemaal in het verborgene.”
Van Loon zag daarin ook een opdracht voor de kunstwereld zelf. Makers moesten volgens haar actief worden opgezocht en op een andere manier worden bereikt.
Sociale media konden daarbij helpen.
Instagram, Facebook, LinkedIn en YouTube somde ze op.
“Je moet ze maar bombarderen”, zei ze.
Wanneer Zanoni voorstelt om stickers met ‘jonge kunstenaars gezocht’ door de stad te verspreiden, reageert ze resoluut.
“Nee, reels moet je maken.”
Leven in de brouwerij
Van Loon wilde jonge kunstenaars niet alleen online zichtbaar maken. Ook fysiek moest volgens haar meer gebeuren in Almelo.
In 2023 speelde de discussie over een nieuwe locatie voor het Stedelijk Museum Almelo. In De Blauwe Barometer werd haar gevraagd of daar ook ruimte zou moeten komen voor Almelose kunstenaars.
“Ja, zeer zeker”, antwoordde ze.
Vooral jongeren moesten volgens haar de kans krijgen om er iets te doen. En daarbij hoefde het niet alleen om beeldende kunst te gaan.
“Die kunnen zingen, dansen, muziek maken, van alles en nog wat.”
Ze droomde van een plek waar verschillende kunstvormen bij elkaar kwamen.
“Dat het gewoon een levend geheel wordt. Ik mis dat in het centrum heel erg.”
Ook het idee van een groter cultureel en kunstzinnig centrum zag ze zitten, zolang het maar midden in de stad kwam.
“In het centrum het liefst. Want dat is het leven. Dat is gewoon leven in de brouwerij.”
Zanoni zag meer in kleinere culturele plekken verspreid door de stad en opperde om kunstenaars juist naar wijkcentra te brengen.
Van Loon was daar bepaald niet van overtuigd.
“Naar de wijk? Nee, wat heb je daar aan?”
Volgens haar moest kunst juist op een plek zitten waar mensen vanzelf kwamen en verschillende groepen elkaar konden ontmoeten.
Eerste singeltje
Tussen alle gesprekken over kunst en beleid zit in de oude uitzending ook een veel kleiner, persoonlijk moment.
Van Loon had voor het radioprogramma ‘Alive and Kicking’ van Simple Minds uitgekozen.
Ze was tien jaar oud toen ze het nummer voor het eerst kreeg. Op school maakten de kinderen voor Sinterklaas een surprise voor elkaar. In haar cadeau zat het singeltje.
“Mijn eerste singletje van The Simple Minds, Alive and Kicking”, vertelde ze. “Dat is gewoon een mijlpaal.”
Het cadeau kwam bovendien van een jongen die toen haar vriendje was.
“Ja, je kinderliefde.”
De herinnering was tientallen jaren later nog altijd aan het nummer verbonden.
“Steeds als ik dat nummer hoor, dan komt dat naar boven.”
Grenzen van de stad
Van Loon sprak tijdens dezelfde uitzending niet alleen over kunst.
Wanneer haar wordt gevraagd welke vraag ze een Almelose politicus zou willen voorleggen, begint ze over de toegankelijkheid van de stad.
Ze las volgens eigen zeggen online dat er in Almelo weinig drempels zouden zijn voor mensen met een beperking. Dat strookte niet met haar eigen ervaring.
“Ik weet niet in welke hoek jullie kijken, maar ik kijk toch in een heel andere hoek”, zei ze. “Want ik heb dagelijks met deze problematiek te maken.”
Van Loon vond dat bestuurders en beleidsmakers letterlijk samen met ervaringsdeskundigen de straat op moesten.
“Ga echt met mensen die gewoon deskundig zijn daarin, of die in een rolstoel zitten, samen op stap en ook op die plekken naartoe om het te zien.”
Voor haar was dat verschil belangrijk: niet alleen vanuit een kantoor beoordelen of iets toegankelijk is, maar ervaren waar iemand in het dagelijks leven daadwerkelijk tegenaan loopt.
Leven van kunst
Ook haar eigen toekomst kwam uitgebreid aan bod.
Toen Kooy haar vroeg wat ze uiteindelijk met haar kunst wilde bereiken, begon Van Loon niet over prijzen, musea of bekendheid.
“Eigenlijk is het heel simpel. Ik wil mezelf verbeteren.”
Ze wilde preciezer worden in het maken van haar fotocollages en haar werk steeds verder ontwikkelen.
Maar ze had ook een concrete professionele ambitie.
“Ik wil door het land verder, naar het westen. En ik wil daar eigenlijk mijn salaris mee verdienen.”
Dat lukte op dat moment niet.
Van Loon ontving een Wajong-uitkering en vertelde dat de regeling haar behoorlijk belemmerde bij haar wens om als zelfstandig kunstenaar verder te groeien.
Volgens haar zat het dilemma vooral in de onzekerheid van het kunstenaarsbestaan.
“Ik heb eigenlijk een basisinkomen nodig voor mijn vaste lasten. En als je kunstenaar bent, heb je geen vast inkomen.”
Ze vond dat mensen langer de ruimte zouden moeten krijgen om te bewijzen dat ze vanuit een uitkering iets zelfstandig konden opbouwen.
“Dat ze mijn basisinkomen garanderen”, opperde ze. Vervolgens zou iemand volgens haar bijvoorbeeld een jaar of anderhalf jaar de tijd moeten krijgen.
“Om te laten zien wat jij kan. Niet drie maanden of niet vier maanden.”
Toen haar werd gevraagd waar ze terechtkon om zo’n verandering te bepleiten, volgde opnieuw een kort antwoord.
“Nergens nog.”
‘Wij-samenleving’
Tegen het einde van de uitzending worden de vragen groter.
Stel dat Van Loon een toverstokje zou hebben en iets aan de wereld mocht veranderen, wat zou dat dan zijn?
“Dat mensen niet zo egocentrisch zijn”, antwoordde ze.
Ze ergerde zich aan wat ze omschreef als de houding van ‘ik en de rest kan stikken’.
“Ik zou veel meer een wij-samenleving willen hebben, dat men elkaar helpt, ongeacht.”
Kon haar kunst daarbij helpen om de wereld te veranderen?
Van Loon maakte het antwoord kleiner.
“Nee, maar wel voor mezelf.”
Want de wereld die ze graag zou zien, kon ze wél in haar werk maken.
“Die wereld die ik zou wensen, dat kan ik in een fotocollage maken.”
Vijf woorden
Drie jaar later is het gesprek opnieuw terug te luisteren.
Veel van wat Van Loon daarin vertelde, kwam in de jaren daarna terug in haar werk: het experimenteren met fotocollages, het zoeken naar nieuwe plekken om te exposeren, haar aandacht voor mensen die niet vanzelfsprekend worden gezien en haar wens om zich als kunstenaar verder te ontwikkelen.
Op het moment van de uitzending wist ze nog niet waar dat uiteindelijk toe zou leiden.
Helemaal aan het einde vroeg Henk Kooy haar daarom niet naar kunst, Almelo of de toekomst, maar naar één boodschap die ze de wereld wilde meegeven.
Het antwoord was kort.
“Wees blij met wat je hebt.”

