Het college van burgemeester en wethouders van Almelo gaat in beroep tegen de beslissing van de provincie Overijssel over het aantal asielopvangplaatsen dat de stad moet realiseren.
Achtergrond: invoering Spreidingswet
Volgens het college is de opgelegde opgave te hoog en wordt het solidariteitsprincipe uit de Spreidingswet onvoldoende toegepast. Sinds 1 februari 2024 is de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ – beter bekend als de Spreidingswet – van kracht. Deze wet moet zorgen voor een evenwichtige verdeling van opvangplekken voor asielzoekers over alle provincies en gemeenten.
In Twente werkten de gemeenten samen met de provincie Overijssel aan een regionale verdeling. Voor Almelo kwam die gezamenlijke opgave uit op 323 opvangplekken.
Minister legt hogere opgave op
Ondanks de regionale afspraken besloot David van Weel (VVD), de huidige minister van Asiel en Migratie, anders. In het landelijke verdeelbesluit kreeg Almelo een taakstelling van 468 opvangplekken toegewezen, ruim boven de eerder afgesproken regionale opgave.
Het college maakte destijds bezwaar tegen dit besluit en informeerde de gemeenteraad hierover via een eerdere raadsbrief.
Bezwaar ongegrond verklaard
Op 8 december 2025 verklaarde de provincie het bezwaar van Almelo ongegrond. In de motivering herkent het college zich niet. Volgens het stadsbestuur komt het solidariteitsprincipe – een belangrijk uitgangspunt van de Spreidingswet – onvoldoende terug in de berekening van de opgave voor Almelo.
College zet stap naar de rechter
Omdat er volgens het college voldoende aanknopingspunten zijn om de beslissing aan te vechten, is besloten beroep in te stellen tegen het verdeelbesluit. Almelo vindt dat de huidige taakstelling te zwaar is en niet in verhouding staat tot de regionale verdeling.
Het beroep moet duidelijkheid geven over de vraag of de minister de wet juist heeft toegepast en of Almelo terecht een hogere opvangopgave heeft gekregen.