Marc Verschagen is fietsenmaker en ondernemer in Almelo. Wat begon als een bijbaan in een fietsenstalling in Ede-Wageningen groeide uit tot een eigen bedrijf.
Passie én drukte
Inmiddels runt hij al jaren een winkel/werkplaats aan de Grotestraat Zuid waar vakmanschap en klantcontact centraal staan. In deze rubriek ‘10 vragen aan …’ vertelt Marc over zijn passie voor het vak, de drukte in de branche en waarom de ‘gewone’ fiets volgens hem nooit zal verdwijnen.
1) Marc, wanneer begon jouw liefde voor fietsen?
“Dat begon in mijn studietijd op de MEAO, toen ik een bijbaantje had in de fietsenstalling op station Ede-Wageningen. Daar ontdekte ik dat ik fietsen maken leuk vond. Ik wilde niet de hele dag achter de pc zitten, maar iets met mijn handen doen. Uiteindelijk ben ik in een oude loods in Ede begonnen met een eigen zaak, onder de naam ‘Rijwielherstelbedrijf van Schagen’ (sjieke naam voor die tijd, ha ha), en via mijn oude werkgever kwam ik in contact met de stalling in station Almelo. Zo ben ik hier terechtgekomen. O ja, en ik heb in Ede ook nog een tijdje vuurwerk verkocht”.
2) Wat vind je het mooiste aan het vak van fietsenmaker?
“Elke fiets is anders. Mensen denken vaak dat een fiets gewoon een fiets is, maar er zit veel verschil in techniek en aandrijving. Het blijft een uitdaging om elke fiets weer perfect in orde te maken.”
3) Welke verhalen hoor je zoal van klanten?
“Heel verschillend. Soms ben je bijna een sociaal werker, mensen delen persoonlijke verhalen. Maar ik hoor ook veel leuke reisverhalen. Die combinatie van techniek en contact met mensen maakt het werk juist zo leuk. Maar als het erg druk is, dan heb ik niet altijd tijd om te luisteren naar de verhalen van de klanten. Maar ik zou ook niet zonder die contacten kunnen, hoor.”

4) Wat geeft jou de meeste voldoening?
“Op een drukke zomerdag, als we alles met elkaar afkrijgen en klanten tevreden de deur uitgaan. Het is vaak flink schakelen ha ha, maar als het lukt om samen de planning te halen, geeft dat een goed gevoel. En nogmaals, ik luister graag naar de verhalen van mensen, maar mijn oren staan er niet altijd naar, vooral als we erg druk zijn. Maar ik zou ook niet zonder al die contacten kunnen, hoor.”
5) Is het de laatste jaren drukker geworden?”
“Zeker. Sinds corona is het werk bij mij ongeveer verdubbeld. Meer mensen zijn gaan fietsen en er zijn minder fietsenmakers. Ik dacht eerst dat het een hype was, maar de drukte is gewoon gebleven.”
6) Is het lastig om jongeren enthousiast te krijgen voor dit vak?
“Ja, dat merk ik wel. Vroeger had je de LTS, waar handige jongens met techniek in aanraking kwamen. Ik ben zelf ook leermeester geweest in het verleden aan de vakopleiding en toen was er ook al weinig aanwas. Er wordt nu wel hard gewerkt, ook aan het ROC van Twente, om jongeren weer enthousiast te maken, want het is echt een vak met toekomst, zeker met alle nieuwe technologie en elektronica. De meesten worden al tijdens hun opleiding door grote fietsfabrikanten weggekocht.”

“Een goed salaris zou helpen, maar ook een kleinschalige setting waarin jongeren kunnen repareren en contact kunnen leggen met klanten. Nu zie je dat de tarieven steeds meer stijgen omdat er steeds minder fietsenmakers zijn.”
7) Wat is een bijzondere reparatie die je ooit hebt gedaan?
“Ik heb in Ede samen met een draaiwerkbedrijf een technisch probleem opgelost dat eigenlijk niets met een fiets te maken had. Door speciale lagers te maken en te persen konden we de wagen van een paardenmenner toch repareren. Hij reed graag op de Ginkelse Heide en de lagers knalden er steeds uit. Het was dan wel geen fiets, maar die klant was ontzettend tevreden.”
8) Hoe zie jij de toekomst van de ‘gewone’ fiets?
“Die blijft zeker bestaan. Elektrische fietsen zijn populair, maar door de hoge kosten van bijvoorbeeld accu’s kiezen mensen ook weer vaker voor een gewone fiets. Daarnaast merken mensen, ook steeds meer ouderen, dat ze hun conditie beter op peil houden zonder e-bike. De gewone fiets blijft, daar blijft behoefte aan”.
9) Wat is de grootste misvatting over fietsenmakers?
“Dat we ‘even snel’ iets doen. Goed onderhoud kost tijd. Een fiets echt goed afstellen is vakwerk. Het blijft een ambacht, ook met alle nieuwe techniek.”
10) Welke tip geef je de inwoners van Almelo om hun fiets in topconditie te houden?
“Laat je fiets jaarlijks onderhouden, zeker als je hem dagelijks gebruikt. Daarmee voorkom je dure reparaties. En natuurlijk hoop ik dat elke klant met een goed gevoel de deur uitgaat en weer terugkomt. En dat gaat nog steeds goed ha ha.”


