Sigrid Ivo is sinds juli 2019 directeur van het Stedelijk Museum Almelo. Met haar achtergrond in kostuum- en textielgeschiedenis zag ze meteen kansen voor het historische museum in de stad.
Verhuizing naar Hofkeshuis
Onder haar leiding groeide het aantal bezoekers flink, kwamen er tentoonstellingen met landelijke uitstraling en werd er veel werk gemaakt van digitalisering van de collectie en nieuwe educatieprogramma’s. Daarnaast kijkt het museum vooruit naar de verhuizing naar het Hofkeshuis in de binnenstad. In de rubriek 10 vragen aan… vertelt Sigrid Ivo over haar werk, het museum en haar liefde voor Almelo.
1) Hoe lang ben je al directeur van het Stedelijk Museum Almelo?
“Sinds juli 2019. Dus inmiddels alweer een aantal jaren.”

2) Hoe ben je in Almelo terechtgekomen?
“Ik zag de vacature en ben Almelo toen eerst gaan bekijken. Ik dacht: dit is een mooi historisch museum en volgens mij zit er veel meer potentie in om het op de kaart te zetten. Met mijn achtergrond in kostuum en textiel sprak de geschiedenis van de stad me ook erg aan. En het grappige is, ik ben zelf wel in Twente, maar niet in Almelo op vakantie geweest.”
3) Had je bij je aanstelling een duidelijke opdracht?
“De belangrijkste opdracht was om meer bezoekers te trekken. Dat betekende meer aandacht voor publiciteit en voor aantrekkelijke tentoonstellingen.”
4) Is dat gelukt?
“Ja, zeker. In het verleden waren er jaren met ongeveer 2000 bezoekers en soms 3500. Inmiddels zitten we rond de 5000 tot 6000 bezoekers per jaar. Dat is een mooie groei.”
5) Wat zijn belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren?
“De organisatie heeft de afgelopen periode veel bereikt. Er zijn meerdere bovenregionale tentoonstellingen georganiseerd, zoals de sneakerexpositie (de eerste in Nederland), de succesvolle Barbie‑tentoonstelling en recent Vogels in de kunst, die bezoekers uit het hele land trekt.”
“Daarnaast is een groot digitaliseringsproject uitgevoerd. Hierbij zijn verhalen van oudere Almelose inwoners verzameld en verfilmd, de collectie is volledig geregistreerd en beschreven, duizenden objecten zijn gefotografeerd en er is een nieuw registratiesysteem én een nieuwe website opgezet.”
“Ook het textielfestival heeft bijgedragen aan het mogelijk maken van tentoonstellingen zoals die over sneakers en Guda Koster. Verder heeft de organisatie dankzij erfgoedstatussen 80.000 euro ontvangen van het Mondriaanfonds, waarmee 2 nieuwe educatieprogramma’s zijn ontwikkeld. Er wordt bovendien gewerkt aan een erfgoedlijn.”
“De educatiemedewerker en vooral de collectiebeheerder hebben het depot sterk geprofessionaliseerd: de opslag is op orde, objecten zijn correct geregistreerd en het nieuwe systeem is ingevoerd. De jonge collectiebeheerder helpt inmiddels ook bij tentoonstellingen, wat heeft geleid tot verdere professionalisering.”
“Ondanks bezuinigingen heeft het bestuur nieuwe sponsorinitiatieven opgezet, zoals de Club van 100 en de Club van 500, en er zijn al fondsen toegezegd voor het project Hofkeshuis. Al met al is er veel bereikt.”

6) Welke tentoonstelling vond je zelf het meest bijzonder en hoe reageren bezoekers op de tentoonstellingen?
“De sneaker-tentoonstelling was bijzonder omdat we daarmee de eerste in Nederland waren. Barbie was echt een publiekstrekker. En ‘Zicht op Almelo’ vond ik erg mooi omdat inwoners zelf kleine kunstwerkjes maakten over hun kijk op de stad. Die vormen samen een groot kunstwerk dat nu bij de gemeente hangt.”
“In het algemeen zijn mensen heel erg positief. We hebben altijd een gastenboek. En als ik de reviews lees dan vinden mensen het een interessant museum en leuk om over de geschiedenis van Almelo te lezen. De ene tentoonstelling slaat beter aan dan de andere, maar in het algemeen zijn mensen dus heel positief.”
7) Het museum werkt met veel vrijwilligers. Hoe belangrijk zijn zij?
“Onmisbaar. We hebben ongeveer zestig vrijwilligers. Zij doen van alles: bezoekers ontvangen, educatieprogramma’s begeleiden, tentoonstellingen helpen opbouwen en zelfs werken in het depot om de collectie te registreren en opnieuw te verpakken.”
“Daarnaast hebben we een werkgroep educatie, werkgroep tentoonstellingen, een werkgroep pers en social media, een werkgroep activiteiten, een cateringteam en vrijwilligers die in het depot werken.”
“Bijvoorbeeld bij het programma ‘Gaat zien Gedien’, dat we samen met de bibliotheek doen. Kinderen horen eerst een verhaal over twee kinderen die honderd jaar geleden leefden. Daarna komen ze naar het museum en doen ze activiteiten zoals water dragen, weven, schrijven op leitjes en koffiebonen malen.”
Dat is ieder jaar weer een enorm populair programma.”
8) Hoe staat het met de voorgenomen verhuizing naar het Hofkeshuis?
“Er liggen plannen om het pand te verbouwen zodat het geschikt wordt als museum. Die plannen moeten nog naar de gemeenteraad. Als alles doorgaat duurt het daarna nog minimaal 2 twee jaar voordat het gerealiseerd is.”

9) Hoe kijk je tot nu terug op je jaren als directeur?
“Ik denk dat we als team iets heel moois hebben neergezet. Met beperkte middelen hebben we toch grote stappen gezet: meer bezoekers, meer bekendheid en een professioneler museum. Daar mogen we best trots op zijn. Ik heb als directeur echt mijn hart verpand aan Almelo en aan het museum.”
10) Wat wil je de inwoners van Almelo meegeven?
“ Ik vind ook dat mensen in Almelo trotser mogen zijn op hun stad. Almelo heeft een rijke geschiedenis. Kijk naar de Gravenallee, de haven en de historische gebouwen.”
“Ik raad iedereen ook aan om eens een stadswandeling te doen met de gidsen van het Wevershuis. Dan hoor je zoveel verhalen over de stad die mensen vaak niet kennen.”
“Mensen kijken vaak te weinig omhoog naar de mooie gevels en historische panden. Maar Almelo heeft een enorm rijke geschiedenis, van de textielindustrie tot de hightech van nu.”
“En wat ik ook bijzonder vind: Almelo is een tolerante stad. Hier wonen al generaties lang mensen uit allerlei landen en dat gaat hier eigenlijk heel goed.”
“Daar mogen we best trots op zijn.”



