Martin Hamstra is klokkenmaker bij Het Uurwerk in Almelo. Al van jongs af aan is hij gefascineerd door uurwerken en hun verfijnde techniek. In zijn werkplaats komen techniek, historie en emotie samen. Almelo1 sprak met hem over zijn vak, zijn passie en de toekomst van het klokkenmaken. Kijk voor meer info op zijn website.
1) Martin, wanneer begon jouw fascinatie voor klokken?
“Eigenlijk mijn hele leven al. Ik ben ermee opgegroeid. Vanaf mijn jongste jeugd had ik al een fascinatie voor klokken. Na mijn 18e ben ik me er echt in gaan verdiepen en heb ik er een serieuze hobby van gemaakt.”
2) Wat is het meest bijzondere uurwerk dat ooit op jouw werkbank lag?
“Dat is lastig, bijzonder kun je op veel manieren bekijken. Uurwerktechnisch gezien was dat een Amsterdamse tafelklok van Gerrit Knip. Je kent wel de grote Amsterdamse staande horloges van drie meter hoog, vaak met carillon. Zo’n uurwerk in een tafelklok kom je eigenlijk nooit tegen. Die heb ik ooit mogen restaureren.”
3) Denk je wel eens: dit mechaniek is slimmer dan ik?
“Ja, dat denk ik soms wel. Eenvoud maakt het vaak juist moeilijk. Alles is bedacht zonder computers of elektriciteit, puur handwerk. Soms zit je echt te puzzelen hoe iets functioneert als het eenmaal uit elkaar is geweest.”
4) Welke reparatie gaf je de meeste hoofdbrekens, maar ook de meeste voldoening?
“Dat was een klok die gevallen was. Dat zijn lastige reparaties. Ik spreek die klant af en toe nog en die is nog steeds vol lof over hoe mooi de klok is geworden. Dat geeft veel voldoening.”
5) In een wereld vol smartphones: waarom blijven mensen gehecht aan een echte klok?
“Dat is bijna altijd emotionele waarde. Een klok van opa of oma, een huwelijkscadeau, er zit een verhaal achter. Economisch gezien is een reparatie soms niet logisch, maar emotioneel wel. En daar kun je niet over twisten.”
6) Wat zegt het onderhoud van een klok over de eigenaar?
“Dat is verschillend. Sommige mensen laten hun klok eens in de acht jaar onderhouden, om slijtage te voorkomen. Die mensen hebben vaak iets meer bezieling bij hun klok dan alleen dat hij aan de muur hangt.”
7) Wat moet iemand vooral níét doen met een klok?
“Als hij niet meer loopt: niet plat wegleggen of op zolder zetten, want dan komt hij nooit meer tevoorschijn. En vooral niet zelf olie erin spuiten. WD-40 zie ik heel vaak, maar dat bevat stoffen die slecht zijn voor het uurwerk.”
8) Welke geluiden in jouw werkplaats zijn voor jou pure muziek?
“Het tikken van een klok. En eigenlijk ook het slaan. Hoe langer de klank nagalmt, hoe mooier de bel.”
9) Welke klok in Almelo zou je nog graag eens van dichtbij willen zien?
“In het Almelose museum staat een staande klok van een Almelose klokmaker uit de 18e eeuw, Hendrik Van Heilbron (zie deze website van de Historische Kring Almelo) . Hij heeft ooit een tafelklok gemaakt met een kwartierwerk dat 45 graden gedraaid staat. Die klok heb ik alleen in een boek gezien. Die zou ik heel graag eens in het echt zien.”
En als je per dag één uur extra zou krijgen, waar zou je dat aan besteden?
“Zakelijk gezien: aan het repareren en restaureren van klokken. Dat is mijn passie.”
10) Wat hoop je dat mensen nooit vergeten over het vak van klokkenmaker?
“Het is een uitstervend vak. Straks wordt het steeds moeilijker om klokken te laten repareren. Alles wat met de hand gemaakt is, is in principe repareerbaar. Mensen gooien nu snel iets weg, terwijl vroeger spullen werden onderhouden en hersteld. Dat besef mag wel terugkomen.”
Hoe verklaar je de magie en geheimzinnigheid die rondom klokken en klokkenmakers hangt?
“Ik denk vooral omdat het een uitstervend vak is. Het is een heel oud beroep en je komt niet alledaags een klokkenmaker tegen waar je zomaar kunt binnenlopen om te kijken wat hij doet. De meeste klokkenmakers werken vanuit huis. Daardoor bestaat er veel on-kennis over het vak. Vroeger werkten ze soms bij een juwelier, maar dan zaten ze vaak achter in het pand, in een apart kamertje, nooit echt in het zicht. Dat is denk ik een van de redenen waarom er een bepaalde nostalgie en geheimzinnigheid rondom het vak is ontstaan.”
Hoe verklaar je de rol van klokken in films? Zoals bijvoorbeeld de Klokkenluider van de Notre Dame?
“Of je moet even boodschappen doen en je denkt ik heb nog een kwartiertje de tijd. Alles draait om tijd. En ook bij films het creëren van een huiselijke sfeer. Het aangeven van dat het tijd is. Vijf voor twaalf. Vijf over twaalf. Er zijn een aantal zaken in ons leven wat ons hele leven meegaat. Daar is tijd onder andere ook één van en dat zal je altijd blijven terugzien. Hoe snel de tijd ook gaat tegenwoordig.”
Tot slot: Wat kun je jongeren adviseren die interesse hebben in het vak van klokkenmakerij dat vaak een stoffig imago heeft?
“Er is nog één opleiding en die zit in Schoonhoven. Dat is de grote opleiding tot zilversmid, waar uurwerktechniek een onderdeel van is. Helaas is er de afgelopen 5 jaar geen aparte klokkenmakersopleiding meer gestart, maar wel een horlogemakersopleiding. Daar zit een basiscursus klokkenmakerij in. Daar kun je dit ontzettend mooie vak nog leren. Het is vooral belangrijk dat je je interesseert in mechaniek en tandwieltechniek. Als je dat heel erg leuk vindt, dan is dit een absoluut mooi én ambachtelijk vak.”
Voorlopig ben en blijf je de klokkenmaker van Almelo?
“Voorlopig blijf ik dat nog wel, ha ha.”